Liegen ging deze agenten makkelijk af

Liegen ging deze agenten makkelijk af

Schiedam ‘Deze zaak stinkt’. Dat dacht advocaat John Silvis toen hij van de politie hoorde dat de Turk Y. C. in oktober 2008 ‘spontaan’ zou hebben bekend dat hij heroïne smokkelde. Vooral dankzij het harde werk van deze raadsman gingen woensdag in Breda acht verdachten vrijuit in een groot drugsproces.

Silvis kreeg argwaan omdat zijn cliënt eigenlijk werd ondervraagd over een andere verdenking: handel in softdrugs. Dat hij zomaar zijn hart had gelucht, geloofde hij niet. Tijdens drie eerdere verhoren had C. weinig verteld.Maar het stond in het proces-verbaal van het verhoor, dus was het waar. Dat is een fundamenteel uitgangspunt in het Nederlandse strafrecht. De bekentenis werd het omslagpunt in de zaak; de politie pakte nog zeven verdachten op.Samen met kantoorgenoot Roy Hagenaars stelde Silvis talloze vragen over de verklaring van C., die een verzinsel zou zijn. Zelfs tijdens een verhoor bij de onderzoeksrechter, op 18 november 2009, hield rechercheur F. vol dat alles klopte. Hij had de verklaring van Y. C. keurig opgeschreven en direct aan de verdachte voorgelezen, zei hij. C. zou akkoord zijn gegaan met het proces-verbaal.Dat is onjuist, moest de rechercheur onder druk toegeven. Eerst erkende F. dat ‘de verklaring misschien toch niet is voorgelezen zoals die op papier staat’. Daarna bleek dat de bekentenis dagen later is opgeschreven.In de vijf dagen na het verhoor van C. hadden rechercheurs de volgorde veranderd en citaten toegevoegd die ze zich achteraf meenden te herinneren. Ze vertelden de verdachte dat hij het zelf zo had gezegd. Wat C. echt heeft verklaard, is niet meer te achterhalen.

Na het verhoor van F. noteerde de geïrriteerde onderzoeksrechter dat de rechercheur ‘diverse keren terugkwam op eerder gegeven ‘honderd procent zeker’ antwoorden’. Uiteindelijk had hij besloten F. onder ede te stellen. Dat is bijzonder; de politie wordt geacht de waarheid te spreken.

Rechercheurs erkenden bij de rechter-commissaris ook dat ze waren ‘vergeten’ te melden dat er al ruim voor het verhoor van C., in 2008, informatie was over zijn betrokkenheid bij heroïnesmokkel. ‘Ik heb niet bewust gelogen’, zei F.

De rechercheur was zich van geen kwaad bewust tijdens het tweede verhoor bij de onderzoeksrechter. Hij klaagde dat hij te hard werd aangepakt. ‘Het vorige verhoor heb ik als behoorlijk beklemmend en blokkerend ervaren.’ Dat vond hij ‘niet bevorderlijk voor het intermenselijk contact’.

F. en twee andere rechercheurs werken inmiddels tijdelijk op een andere afdeling en de rijksrecherche onderzoekt de zaak.

Silvis: ‘De rechercheurs waren cowboys die de zaak rond wilden maken. Frappant is dat C. net voor zijn bekentenis is gehoord als getuige in een andere zaak. Na dat eerste verhoor, dat wél is opgenomen, gingen ze in hetzelfde gebouw in een kamer zitten zonder opnameapparatuur. Dat is bewust gebeurd, denk ik.’

Het lukt advocaten zelden om aan te tonen dat de politie feiten verdraait. ‘Daarom is deze zaak zo uniek’, zegt Joost Loevendie, raadsman van een medeverdachte. ‘Het erge is: het liegen ging deze rechercheur gemakkelijk af’, zegt advocaat Romando Neijndorff.

Het doet Loevendie denken aan de IRT-affaire. ‘Als agenten jokken, is de kern van de rechtsstaat in gevaar. Ik had gehoopt dat de politie iets van de IRT-affaire had geleerd.’

Bron: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/liegen-ging-deze-agent-makkelijk-af~bbdc8c0b/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F